+ -


VERWERKING

UVRM – OVERWEGING 1

Overwegende,
dat erkenning van de inherente waardigheid
en van de gelijke en onvervreemdbare rechten
van alle leden van de mensengemeenschap
grondslag is
voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede
in de wereld;

Preambule UVRM alinea 1

Overwegen

De samenstellers hebben het bovenstaande overwogen. Vraagt dat niet dat ook wij deze woorden en zinnen overwegen. Overwegen, dat is wikken en wegen, dat is nadenken, dat is telkens opnieuw tot je laten doordringen, dat is tijd vrij maken voor, dat is als het ware herkauwen en als de waarde van deze zin je aanspreekt, van buiten leren of verinnerlijken.

Dat

Er staat dat en niet of. De samenstellers hebben dit alles al overwogen en zijn er van overtuigd dat dit de werkelijkheid is. Wij beginnen te overwegen en kunnen na verloop van tijd ook zeggen: dat ….

Erkenning

Dus niet: de ontkenning, het niet-weten, het niet kennen en niet erkennen, het nooit bedacht hebben, het niet willen weten.
Dus wel: de erkenning, kennen, weten, overdenken en overdacht hebben.
Dus wel: het erkennen van, instemmen met, bewust zijn van, handelen naar.
Dus wel: openlijk te kennen geven van, openlijk willen kennen, als rechtmatig beschouwen en handelen.
Dus wel: de juistheid, de billijkheid en de waarheid ervan beseffen.

Erkenning van de inherente waardigheid

Inherente waardigheid, dus waardigheid op basis van het bestaan, op basis van het leven, op basis van het menszijn.
Geen waardigheid die ons van buiten wordt toegekend door afkomst, opleiding, religie, of wat dan ook, maar inherent, van binnen uit, onafscheidelijk verbonden met het menszijn.
Geen onwaardigheid die ons wordt aangepraat, geen inherente schuldigheid, zondigheid, niet in staat tot enig goeds.
Maar waardigheid, een woord dat wij telkens opnieuw in gesprek moeten invullen om te komen tot erkenning van de inherente waardigheid in denken, voelen en handelen.

Erkenning van de gelijke en onvervreemdbare rechten.

Erkenning zie boven en gelijke en onvervreemdbare rechten zie overweging zes.

Grondslag voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld

Niet de religies van het Midden Oosten, niet de bijbel, de koran of de catechismus zijn grondslag voor vrijheid gerechtigheid en vrede, maar de erkenning van …zie boven
Als het dus gaat om vrijheid, gerechtigheid en vrede dan is de erkenning van de waardigheid en van de rechten van de mens voldoende als grondslag.

Dit leggen wij geen God of Goden meer in de mond. Dit, wat wij mensen, zelf en samen, hebben bedacht en erkend, door schade en schande wijzer geworden.
( Zie ook de afscheidsrede van Dr. Karl Merks, Tilburg, 5 maart 2004.)

Kunnen wij instemmen met de idee dat de "erkenning van de inherente waardigheid van de mens en van de gelijke en onvervreemdbare rechten" voldoende grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld?

Of is er veel meer nodig?

Instemmen met hoofd, hart en hand, dus in ons denken, in ons voelen en in ons doen.

Erkenning

Erkenning jawel … Maar hoe krijgen wij het voor elkaar dat de grote massa van de wereldbewoners tot deze erkenning komt en het besef van deze UVRM niet beperkt blijft tot een kleine elite.

UVRM – OVERWEGING 2

Overwegende,
dat terzijdestelling van en minachting voor
de rechten van de mens
geleid hebben tot barbaarse handelingen,
die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan
en dat de komst van een wereld, waarin de mensen
vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten,
en vrij zullen zijn van vrees en gebrek,
is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Preambule UVRM alinea 2

Twee aspecten

Deze overweging van de volken van de aarde haalt twee aspecten naar voren. Het eerste aspect is de negatieve contrastervaring van de barbarij die door de terzijdestelling van en de minachting voor de waardigheid en de rechten van de mens is veroorzaakt. Het geweten van de mensheid is door de oorlogen en de wreedheid, door haat en onrecht, door tirannie en onderdrukking geschokt en geweld aangedaan. Directe aanleiding en achtergrond van deze Verklaring is de Tweede Wereldoorlog. "Dit nooit meer" was de overtuiging van de toenmalige wereldleiders.

Het tweede aspect is de verkondiging van het hoogste ideaal voor iedere mens. Dat ideaal is de komst van een wereld waarin de mensen vier vrijheden genieten. Deze vier vrijheden zijn: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloof, vrijheid van gebrek en vrijheid van vrees. Het idee van de vier vrijheden is gelanceerd door President Franklin D. Roosevelt. Later is het recht op zelfbeschikking hier nog aan toegevoegd.

Terzijdestelling en minachting

Terzijdestelling en minachting moeten plaats maken voor: in het midden stellen, in het brandpunt stellen van de aandacht, van het denken, van het voelen en van het handelen. Minachting moet plaats maken voor achting en hoogachting van de waardigheid van de mens en van de onvervreemdbare rechten.

Vrijheden geen vrijbrieven

De vrijheden in het bijzonder van meningsuiting en geloof zijn geen vrijbrieven voor de verkondiging en de beleving van haat, wraak, vernedering, verachting, uitsluiting, discriminatie, achterstelling, enz. Integendeel de toets is humaniteit en de bevordering van menswaardigheid.

Het hoogste ideaal voor iedere mens

Is dat ons hoogste ideaal? Is dat het hoogste ideaal voor iedere mens: de komst van een wereld en tegelijk het werken aan een wereld waarin de vier vrijheden en waarin gerechtigheid en vrede heersen. Hebben wij ons dat al eigen gemaakt? Miljoenen mensen zetten zich momenteel reeds in voor de rechten van de mens. En wij? En wordt ons dit ideaal voorgehouden in de media, in de politieke debatten, in de kerkelijke verkondigingen, in de religies en de ideologieën in onze wereld. Zijn de gedachten van deze Verklaring een toets waaraan wij idealen en systemen kunnen toetsen.

Hebben wij als hoogste ideaal de komst van een wereld waarin mensen vrijheid, gerechtigheid en vrede genieten? Zo ja/ zo nee. Waaraan is dat te zien?

Wat doet nu het geweten van de mensheid geweld aan?

UVRM – OVERWEGING 3

Overwegende,
dat het van het hoogste belang is,
dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht,
opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen
tot opstand tegen tirannie en onderdrukking;

Overwegende,
dat het van het hoogste belang is,
de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen
tussen de naties te bevorderen;

Preambule UVRM alinea 3 en 4

Hoogste belang

De rechten van de mens en de waardigheid van de mens beschermen is niet zo maar een belang maar van het hoogste belang. Ook de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties is niet zo maar een belang maar van het hoogste belang.

Beschermen en bevorderen

Beschermen en bevorderen zijn sleutelwerkwoorden. De rechtsbescherming, de bescherming door het Recht geldt voor alle mensen. Het is een bescherming van mensen tegenover machthebbers, overheden en ook medeburgers vooral tegen willekeur. In de UVRM lezen wij en leren wij wat mensen toekomt maar ook waartoe wij ons verplichten om mensen te doen toekomen.

Suprematie van het recht

Het recht moet de waardigheid van de mens en de rechten van de mens beschermen. Aan het recht komt het hoogste en uiteindelijke gezag toe. De rechtstaat is gebaseerd op het recht en heeft als taak de rechten van de mens en de menselijke waardigheid te beschermen. Er is niets hogers dan het recht dat wij mensen samen vaststellen zoals hier gedaan in deze Verklaring.

Tirannie en onderdrukking

Tirannie en onderdrukking zijn de tegenpolen van het oppergezag van het recht en van de rechtstaat. "De tirannie verdrijven die mijn hart doorwondt"staat niet voor niets in ons volkslied.

De voornaamste vraag is: Erkennen wij de suprematie van het Recht zoals neergelegd o.a. in deze Verklaring, als een gezag dat uitgaat boven bijbel en koran, boven kerk, moskee en tempel? Moeten deze instellingen hun leringen en gedragingen ook toetsen aan de deze Verklaring? Gebeurt dat?

UVRM – OVERWEGING 4

Overwegende,
Dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest
hun vertrouwen
in de fundamentele rechten van de mens
in de waarde en de waardigheid van de mens en
in de gelijke rechten van mannen en vrouwen
opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben
sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard
in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende,
dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties,
zich plechtig verbonden hebben om,
in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties,
overal de eerbied voor de inachtneming
van de rechten van de mens
en de fundamentele vrijheden
te bevorderen;

Overwegende,
dat het van het grootste belang is voor de nakoming van deze verbintenis,
dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Preambule UVRM alinea 5 6 7

Volkeren en Staten

Volkeren van de Verenigde Naties en Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, dus niet zo maar een aantal mensen maar hele volken en staten hebben hun vertrouwen in de inhoud van deze Verklaring bevestigd. Het gaat dus om meer dan een particulier initiatief en wel om een universeel gedragen initiatief.

Vertrouwen

Vertrouwen in de waarde en de waardigheid van de mens, vertrouwen in de fundamentele rechten, vertrouwen in de gelijke rechten van mannen en vrouwen, vertrouwen dat de erkenning van dit alles grondslag is voor vrijheid, gerechtigheid en vrede, dat is de boodschap van volken en staten in deze verklaring. Vertrouwen en dus geen wantrouwen. Is dit een vertrouwen dat de nadere uitwerking is van het basisvertrouwen dat, als alles goed gaat, kinderen meekrijgen van hun ouders?

Overal bevorderen

Sociale vooruitgang, een hogere levensstandaard in groter vrijheid, eerbied voor de inachtneming van de rechten en de vrijheden bevorderen, dat zien de volken en de naties als plicht.

Begrip hebben

Ieder, iedereen, jan en alleman, iedereen waar ook ter wereld behoort te begrijpen en begrip te hebben van deze rechten en vrijheden, van de waarde en de waardigheid van de mens. Dat is een weergaloze taak, een taak zonder weerga in de geschiedenis.

Hebben wij hetzelfde en een even groot vertrouwen in de waarde en de waardigheid van de mens en in de erkenning daarvan als de vertegenwoordigers van de volken van de Verenigde naties? Hebben wij het vertrouwen dat de instemming met deze waardigheid en met deze rechten grondslag is voor vrijheid, gerechtigheid en vrede? Vinden wij dat in achtneming van deze levensovertuiging onze eerbied verdient?

UVRM – OVERWEGING 5

Op grond daarvan
proclameert de ALGEMENE VERGADERING
deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
als het gemeenschappelijk door alle volken en naties te bereiken ideaal,
opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap,
met deze Verklaring voortdurend voor ogen,
er naar zal streven, door onderwijs en opvoeding
de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen,
en door vooruitstrevende maatregelen,
op nationaal en internationaal terrein,
deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen
zowel onder de volkeren van Staten, die lid zijn van de Verenigde Naties zelf,
als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

Preambule UVRM alinea 8

Te bereiken ideaal

De erkenning - en dus niet de ontkenning - van de inherente waarde en de waardigheid van de mens, van de onvervreemdbare rechten en vrijheden en de verwerkelijking van deze waardigheid, rechten en vrijheden is een te bereiken ideaal, een inspirerend ideaal, een ideaal dat glans geeft aan het leven, een ideaal dat ook temidden van alles dat nog mis gaat, blijft voorlichten.

Gemeenschappelijk

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid is er een voor- en door alle volken en naties gemeenschappelijk aanvaard ideaal, een ideaal dat tevens een taak en een opdracht is. De betekenis hiervan is voor ons nauwelijks te bevatten en overtreft alles wat beschavingen tot nu toe hebben voortgebracht.

Voortdurend voor ogen

Deze verklaring, deze overwegingen, deze rechten en vrijheden, deze idealen moet ieder individu en ieder orgaan van de gemeenschap voortdurend voor ogen houden. Voortdurend, dat is zonder ophouden, dat is permanent, dat is zonder onderbreking. Dat is een taak en een opdracht.

Door onderwijs en opvoeding

Onderwijs en opvoeding hebben een sleutelrol bij het leren kennen, begrijpen, eerbiedigen, bevorderen, voor ogen houden en bekend maken van deze nieuwe, universeel geaccepteerde bron van beschaving.

Algemeen en daadwerkelijk, erkennen en toepassen

Ieder afzonderlijk en alle leden van de mensengemeenschap gezamenlijk hebben de opdracht om deze rechten en vrijheden daadwerkelijk en algemeen te doen erkennen en toepassen. De rechten brengen met zich mee de plicht om deze ook te realiseren. Niet alleen met de mond belijden maar ook metterdaad te realiseren.

Is de erkenning en de verwerkelijking van de waardigheid en van de rechten van de mens ook mijn – ook ons – ideaal? Willen wij dit ideaal voortdurend voor ogen houden en zo ja: Hoe kunnen wij dit doen? Moeten wij onze zienswijze of onze levensbeschouwing op basis van de UVRM wijzigen?

UVRM – OVERWEGING 6

ALLE MENSEN WORDEN EN ZIJN …


IEDERE MENS HEEFT …


NIEMAND ZAL …

Artikel 1 – 30 van de UVRM

Alle mensen worden en zijn:

Vrij en
Gelijk in waardigheid en rechten geboren
Begiftigd met verstand en geweten
Verplicht tot een geest van broederschap Art. 1

Iedere mens heeft :

Aanspraak op alle rechten en vrijheden van de UVRM Art. 2
Recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon Art. 3
Het recht als persoon erkend te worden door de wet Art. 6
Aanspraak op gelijke bescherming door de wet Art. 7
Recht op daadwerkelijke rechtshulp Art. 8
Recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak Art. 10
Recht om voor onschuldig gehouden te worden totdat zijn schuld bewezen is Art.11
Recht zich vrijelijk te verplaatsen Art. 13
Recht om asiel te zoeken en te genieten Art. 14
Recht op een nationaliteit Art. 15
Recht om een huwelijk te sluiten en een gezin te stichten Art. 16
Recht op eigendom Art. 17
Recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst Art. 18
Recht op vrijheid van mening en meningsuiting Art. 19
Recht op vrijheid van vereniging Art. 20
Recht op deelname aan het bestuur van zijn land Art. 21
Recht op maatschappelijke zekerheid Art. 22
Recht op arbeid en gelijk loon voor gelijke arbeid Art. 23
Recht op rust en vrije tijd Art, 24
Recht op een eigen levensstandaard Art. 25
Recht op onderwijs dat gericht is op …. Art. 26
Recht om deel te nemen aan het culturele leven Art. 27
Recht op het bestaan van een maatschappelijke orde Art. 28
Plichten jegens de gemeenschap Art. 29
Geen recht om iets te ondernemen ter vernietiging van deze rechten Art.30

Niemand zal:

In slavernij of horigheid gehouden worden Art. 4 Onderworpen worden aan foltering Art. 5 Onderworpen worden aan willekeurige arrestatie Art. 9 Onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden Art. 12

Lijst

Doornemen van de lijst van rechten en vrijheden? Welke rechten en vrijheden staan momenteel het meest onder druk? Herkennen wij de taak van het onderwijs en van de opvoeding?

Tot welke conclusies leidt het doornemen van de UVRM voor ons persoonlijke leven?

Vrij

Vrij te zijn is een eigenschap van iedere mens
Vrij te zijn behoort aan de mens.

De vrije mens staat centraal in de mensenrechten.
De vrije mens die:

zijn persoonlijke, intellectuele, politieke, academische
praktische, creatieve vrijheid kan ontlooien

de vrijheid van geweten, van godsdienst, van meningsuiting,
van levensbeschouwing kan realiseren

vrij is in de keuze van geloof, van opvoeding, van werk, van partner,
van studie en opleiding

vrij is te handelen zoals hij wil en wiens vrijheid alleen wordt beperkt
om anderen dezelfde optimale vrijheid te garanderen

weet wat hij wil ook werkelijk in vrijheid en zelfstandigheid kan
worden gewild

Let op

Deze vrijheidsopvatting kwam pas in 1948 op deze wijze en universeel aan de orde. Daar voor hadden indoctrinaties van allerlei makelij vrij spel en vrij toegang.

Een panorama van politieke, levensbeschouwelijke, religieuze, opvoedkundige, seksuele mogelijkheden waaruit keuze gemaakt kon worden ontbrak.

Wij zijn niet "in vrijheid" opgevoed, in vrije keuze uit levensbeschouwingen, politieke systemen, religieuze systemen, levensvormgevingen, seksualiteit en erotiek.

Wij hebben ons vrij moeten maken en zijn nog bezig om ons vrij te maken en vrij te kunnen kiezen.

De vrije mens deelt in de vier/vijf vrijheden: vrijheid van gebrek, vrijheid van angst, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloofsovertuiging en zelfbeschikking.

( Zie ook encyclopedie van de menselijkheid, Daan Bronkhorst, 2007 passim)

Gelijk in waardigheid en rechten

Zie elders een maand kalender: "over de waardigheid van de mens".

Begiftigd met verstand en geweten

Begiftigd met het vermogen om "het goede leven" te leren kennen, de rede, en met het vermogen om moreel te oordelen d.w.z. om over "het goede leven" of het ontbreken ervan te oordelen.

In een geest van broederschap gedragen

Ook dat hoort bij de Universele Verklaring en vraagt om uitwerking.

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

De drie beginselen van de Franse Revolutie zijn overal te vinden en te herkennen in de Universele Verklaring.

UVRM OVERWEGING 7

HET KARAKTER VAN DE RECHTEN

De rechten genoemd in de Universele Verklaring bestaan uit drie categorieën:

1. De rechten die betrekking hebben op de vrijheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van de menselijke persoon ART. 1 – ART. 18

2. De politieke rechten ART. 19 – ART. 21

3. De sociale, economische en culturele rechten ART. 22 – ART. 28

4. Het recht van de één is ook de plicht van de ander ART. 29

De drie hoofdbeginselen van de franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap lopen als een rode draad door de Universele Verklaring.

HET KARAKTER VAN DE RECHTEN ( 2)

Uit de afscheidsrede van prof. Dr. Karl-Wilhelm Merks, Tilburg, 5 maart 2004

Mensenrechten

Mensenrechten onderscheiden zich door enkele fundamentele karaktertrekken: